CP3 by Basketball Totaal

Infinity is a Playground

Rick Telander schreef ooit het boek ‘Heaven is a playground’. Hij raakte gefascineerd door de pleintjesballers op een New Yorks veldje waar hij verzeild raakte.

Stond te kijken, ging meedoen, kwam helemaal in de flow, maakte onverwachte vrienden, en schreef de kronieken van hun belevenissen. Het eindeloze spel, de omgang met elkaar, de fakes en trucs, de opwinding, het eindeloze spel.

Ikzelf raakte ook in vervoering, in de jaren 80 en 90. Op mijn school waren 4 veldjes met jawel, 8 baskets. Korte veldjes, maar ruim genoeg. Ik heb dat verder nergens gezien in Nederland. Het lag klaar, voor mij, in mijn eigen woonplaats (Sint-Michielsgestel), een paradijs. Aárde is het paradijs, niet de hemel. Heel veel dingen zijn recht op me afgekomen in mijn leven, hoefde ik niet ver weg voor. Dit was er duidelijk één van. Lag voor het oprapen.

Hier leerde ik spelen. Soms alleen, soms 1 tegen 1, soms 2 tegen 2, en alle andere varianten.

Herenmarkt

Voor het eerst dunken. Voor het eerst 10 x achter elkaar raak flappen. Voor het eerst echt even doorvliegen, zweven bij een rebound. Ik deed er zelfs conditietraining. Sprongkrachtoefeningen. En 1 tegen 1 hele veld, heb je dat wel ‘ns gedaan? Heftig, en goed: dan leer je echt lopen en doorzetten. De veldjes waren ook na schooltijd open en het schijnt dat (net voor mijn tijd) zelfs Chris van Dinten (ex-Nashua, Weert, Oranje) en z’n maten uit Den Bosch hier kwamen om te spelen.

Wat moet een mens ook anders? Ballen. Hoopen. Ballen. Spelen. Je game laten zien. Tot het donker wordt. Tot zelfs de eindeloosheid eindigt. Tot er volledige verzadiging is, die weer omslaat in automatisch zin hebben in de volgende dag. Een volgende basketballdag. Minstens in je hoofd. Minstens dat verlangen weer in je hart. Een onverzadigbare basketballhonger. Die bij velen natuurlijk toch ook weer wegdwarrelt onder de onvermijdelijke laag van studie, werk, gezin, et cetera. Maar die nooit écht verdwijnt. Dat is namelijk bewezen onmogelijk. Het kan altijd weer opvlammen. Ook al gaat het allemaal wat trager als je ouder wordt.

Matthew Lejune (Unsplash)

Ook nu zoek ik af en toe een veldje op in mijn woonplaats Doorn. Waar vroeger zelfs een club was, kwam ik onlangs achter – Flux. Mooie naam: stroom, flow. Precies het enige waar het allemaal om draait. Ik zoek geen ‘3X3’, ik zoek geen moderne formule, ik zoek eindeloos spel. Ja, we houden de score bij, maar geen fratsen met een schotklok en dergelijke.

Voor alle duidelijkheid: ik zie ‘3X3’ als heel mooie ontwikkeling. Ik steun het in gedachten. Prachtig hoe we daarin onze sport een stap verder helpen. We tellen mee, we doen mee, het opent allerlei nieuwe poorten. Werkelijk een verrijking in het basketballpalet.

Maar ‘3X3’ vind ik alweer te ingekaderd. Niet eindeloos genoeg. Te beheerst. Teveel gestuurd. Met alweer vele belangen, je kon er op wachten. Al is het feit dat spelers zelf verantwoordelijk zijn, prachtig. De rol van de coach is er veel minder. Dat is eigentijds, in een tijdperk waarin we weer leren zelf verantwoordelijkheid te nemen en niet de bevelen op te volgen van mensen (zogenaamd) boven ons: ‘management’, leraren, guru’s, coaches, instructeurs et cetera.

Bij allerlei playground-toernooien zijn er coaches, scheidsrechters en een wedstrijdtafel. Prima, maar het is niet het echte werk. In ‘puur’ pleintjesbasketball is er geen coach en ‘ballast’. Het echte werk is eindeloos spel, zonder al die dingen. Naar het veldje gaan en maar zien wie er is. ‘Yo, wil je spelen, jullie tegen ons?’ En meteen opgaan in het geheel. Ongeschreven regels, en geen geschreven. Geen spelerskaarten. Geen database. Geen marketing. Pure eenvoud in het spel. Elkaar ontmoeten zonder enige formaliteit. Weten dat die schijnbare nono met die aparte kleren jou toch kan verrassen met een ongekende beweging. Weten dat in feite hier en nu alles kan. Voorbij tactiek, voorbij het ‘gameplan’, voorbij de ranglijst.

Ballen zonder ballast

Ook al is het soms kort als ik niet veel tijd heb: als die bal via mijn handen door de lucht gaat voordat hij het nylon raakt, is er geen formaliteit, geen tijd, geen plan. Is er louter eindeloos spel. Is er magie, anticipatie, vervoering, samenvallen met de bal, de basket, het veldje … is er weer dat kleine jongetje. Die ietsje stijver is dan vroeger, maar die nog steeds alles kan op het veld. Is er weer lol, is er een stap buiten de tijd.

Hoe is het met deze ongereguleerde, uitsluitend-in-het-moment-levende, eindeloze eindeloosheid in Nederland? Beleef jij dit (nog)? Infinity op het basketballveld, een staat van zijn. Het is waar alles gebeurt, de plek die geen plek is, een aardse hemel, het totale nu. Inifinity is a playground.

Ik wens jullie allemaal een stralende basketballzomer vol infinity!

Jakob Owens (Unsplash)

Over de auteur:
‘Wat speelt er’ heet deze column van Marnix Lamers (1970), over de vele facetten en betekenissen die we in ons mooie spelletje kunnen ontdekken. Marnix groeide op met zelf basketballen en kijken naar Nashua Den Bosch in de hoogtijdagen. Hij werd dus hoopsjunkie en was op z’n 16e al basketballtrainer-coach. Nu werkt hij als trainer en inspirator aan het verbeteren van communicatie, samenwerking en waardecreatie in organisaties. Zijn websites zijn: 

http://www.aannemingsbedrijfmotyka.nl

http://www.nieuwewaardecreaties.nl 

en https://www.wayra.nl

Laat een reactie achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.