CP3 by Basketball Totaal

Iceman

Joris_Zandbergen_Column_iBB_Fast-Break

Toen ik hem voor het eerst zag spelen, schoot het door mijn hoofd. Iceman. De gelijkenissen tussen Darius Thompson en George Gervin vond ik opvallend.

Enig recht van spreken heb ik, vind ik althans, omdat ik tot het toch vrij selecte gezelschap behoor dat beide mannen in Nederland heeft zien basketballen. Thompson zie ik nu twee keer in de week aan het werk voor Leiden, terwijl ik lang geleden het originele prototype de winnende basket zag scoren in een oefenwedstrijd in de Maaspoort.

Aanmoedigen
Nashua speelde in Den Bosch tegen de San Antonio Spurs, het is alweer 35 jaar geleden en nu voel ik mij stokoud, en mijn lieve moeder en tweede vader hadden een kaartje voor me gekocht. Zelf gingen ze ook mee, net als mijn peettante en haar man. Het basketbal kreeg er die dag nieuwe fans bij. Ice scoorde een paar seconden voor tijd tegen de Bossche zone (want dat waren de NBA’ers niet gewend) en ik vond het prachtig.
Mijn ‘oom’ niet. ‘Dat is helemaal niet mooi’, counterde hij mijn enthousiasme, want hij had de Hollandse ploeg stilletjes zitten aanmoedigen. Was ik voor de Spurs geweest omdat ik toen al vaak op de tribunes van de aartsrivaal in Leiden zat, of was het de eerste keer dat ik live NBA-spelers aan het werk zag, in plaats van op een videoband die op de maan leek opgenomen? Misschien een beetje van beiden.

Kaliber
Wat ik wel zeker weet, is dat ik nog nooit een basketballer van het kaliber van Gervin had zien spelen. Ongetwijfeld zag hij deze oefentrip meer als een leuk toeristisch uitstapje waarbij hij ook van de geneugten des levens kon genieten, maar toch spatte de pure aanleg voor het spelletje, en dan zeker hoe je een bal door een ring gooit, eraf. Dit alles zonder ook maar een spier te vertrekken.
Bijna op de dag af vijfendertig jaar later zag ik Darius Thompson er namens ZZ Leiden 30 ingooien in een oefenpotje tegen het Belgische Limburg United. Ik zag zijn bewegingen, zijn lange dunne lichaam en zijn uitgestreken ‘smoel’. Het leek hem totaal geen moeite te kosten. Iceman, schoot er door mijn hoofd.
Nu wil ik de Leidse aanwinst niet zijn graf in prijzen. De carrière van Thompson, hoewel veelbelovend, staat nog maar aan het begin. Maar laat ik wel even de Leidse organisatie een compliment maken dat zij het zagen zitten in deze comboguard die voor een paar verschillende colleges speelde en pas echt opviel bij Western Kentucky, niet bepaald een grootmacht. Thompson werd gehaald als schutter, maar blijkt een veel groter arsenaal aan wapens te hebben. Spelers met zijn lichaamsbeheersing en touch hebben we nog niet heel vaak in de DBL gezien.

Vader
Zijn geestelijk vader (de echte Thompson senior was een goede collegecoach en had onder anderen Darius’ huidige teamgenoot Kenny Simms onder zijn hoede) was een fenomeen. George Gervin scoorde altijd, overal en tegen iedereen. Ice werd vier keer topscorer van de NBA, met bijvoorbeeld 33,1 en 32,3 gemiddeld. In het eerste seizoen dat hij topscorer werd, bleef hij David Thompson (leuk dat die naam nu weer terugkomt) zeven honderdste van een punt voor. Thompson maakte op de slotdag in 1978 (en wat houd ik toch van dat decennium) 73 punten in een poging Gervin voor te blijven. Ice scoorde er later op de dag 63 in drie kwarten, en bleef aan de kant in het vierde.
In het tweede kwart gooide Gervin er 33 in, en hijzelf vindt nog steeds dat dat een NBA-record is. Klay Thompson (weer die naam) had er in 2015 dan weliswaar 37 in een kwart, maar, zo zei Ice, dat was met behulp van 9 driepunters terwijl die lijn er 40 jaar geleden nog niet lag.
Op die bewering zijn allerlei voors en tegens in te brengen, maar ik ben het wel met mijn Engelstalige naamgenoot eens dat de driepunter een te grote rol is gaan spelen in de NBA. Voor de huidige generatie is dat schot te gemakkelijk geworden, de center is vrijwel uit beeld verdwenen en de sport gaat steeds meer op korfbal lijken. En nog steeds staat iedereen te juichen bij een driepunter of er zich net een wonder heeft voltrokken.

Kunst
Wat mij betreft verdwijnt die lijn of gaat-ie flink naar achter, want ik wil graag meer skills zien dan alleen maar stilstaand raak gooien van enige afstand. Kijk naar de uitslagen van het verse NBA-seizoen, het gaat helemaal nergens meer over.
Toen Ice scoorde alsof het geen moeite kostte – 51 procent over zijn NBA-carrière – had bijna elk team een grote gemene center onder het bord staan die halfslachtige pogingen terugmepte. Gervin verzon nieuwe manieren om te scoren. Scoop shots, reverse lay-ups, bank shots (ook een bijna verloren gegane kunst, om de bal via het bord te gooien) en hoekjes. Plus een funky jumpshot waarbij hij zijn benen lichtjes introk en zijn linker elleboog ver naar buiten stond. En een finger roll die hij van verre kon loslaten.

Finger roll
Laatst zag ik Darius Thompson met een finger roll scoren, en toen was ik helemaal overtuigd dat we hier met een nieuwe Ice te maken hadden. Nu haalde Iceman 1.0 nooit zelfs maar de finale, dus hoop ik als iemand die lichtjes naar Leiden neigt (zonder anderen iets te misgunnen) dat de geschiedenis zich niet helemaal herhaalt.
Sowieso is het te vroeg voor conclusies – behalve misschien dat het gemiddelde niveau in de DBL wat gestegen is, want Den Bosch, Leiden en Zwolle lijken meer in staat om Donar partij te geven – maar voorlopig geniet ik wel van de Leidse Iceman. Niet alleen, maar ook omdat hij mij in een nostalgische bui weet te krijgen.

Laat een reactie achter