CP3 by Basketball Totaal

Flashback: Frans de Haan, beste Nederlandse guard in de jaren zestig

In deze Flashback een portret van  Frans de Haan. Wie is deze Frans de Haan? Hij is geboren op 18 september 1938 in Amsterdam, verhuisde op 21-jarige leeftijd naar Rotterdam, verliet twee jaar later The Wolves om voor het Rotterdamse The Arrows te gaan spelen, hield dat één jaar vol (“Het was een ontzettend leuk jaar”), waarna hij terugkeerde bij The Wolves. Hij stopte toen een tijdje en meldde zich vervolgens aan bij het Delftse Punch, waar hij zijn carriëre ook afsloot. Samen met Jan Driehuis was hij de beste point guard van Nederland in de jaren zestig van de vorige eeuw. Bij elkaar speelde Frans de Haan zestien jaar op het hoogste niveau.

Met een bolhoed en een paraplu. Zó leeft de herinnering voort aan Frans de Haan. Een buitenbeentje in de vaderlandse basketballwereld, een maatschappelijk welgestelde, die een grootmeester was in het bespelen van de tegenstander en publiek.

Buitenbeentje in basketball

Frans de Haan studeerde in Rotterdam bedrijfssociologie, was wetenschappelijk medewerker aan de Interfaculteit bedrijfskunde en directeur van Manritta BV. Frans de Haan trouwde met een dochter van Goudriaan en werd vader van drie kinderen. Hij draagt de titel ‘doctorandus’, maar dat zei hem verder niets en leefde een druk bezet leven. Frans vertoefde veelvuldig in het buitenland. Hij was bestuurslid van de Vereniging voor Wetenschappelijk Onderzoek Sport en Lichamelijke Opvoeding.

Zijn eerste wankele schreden op het basketballpad zette Frans de Haan, als menig Amsterdamse basketballer, op het Museumplein. Waar de gemeente toendertijd een batterij baskets had neergezet. Hij sloot zich aan bij het roemruchte The Wolves en werd met deze club vier keer kampioen van Nederland. In Rotterdam speelde hij daarna in het eveneens befaamde (maar dan niet om het behalen van titels, maar meer om de ongedwongen sfeer) The Arrows. Toch voelde hij zich daar niet zo thuis en het daarop volgende seizoen sloot hij zich dan ook maar weer aan bij zijn oude Amsterdamse vereniging. Punch in Delft vormde de laatste pleisterplaats. Frans de Haan was er de man niet naar zijn glanzende basketballcarrière als een nachtkaars te laten uitgaan.  Liefst 70 keer is hij voor het Nederlands team uitgekomen, heeft Nederland op een aantal Europese toernooien vertegenwoordigd en werd vijf keer nationaal kampioen.

Aan het jaar bij The Arrows in Rotterdam bewaart Frans de Haan de prettigste herinneringen. Glimlachend: “Er waren toen de eerste sporen van het professionalisme te bespeuren. Op onze manier werd er aan commercie gedaan, via onkostenvergoedingen. Dat was voor die tijd zeer progressief. Na een paar maanden zijn we er in gezamenlijk overleg vanaf gestapt. Het was een erg gezellig jaar. Ik was de benjamin van de ploeg en de anderen wisten goed de weg naar de gezellige tentjes in Rotterdam. We hebben wat afgelachen.”

Frans de Haan stopte een jaar met basketballen toen zijn maatschappelijke carrière te veel tijd ging opeisen. “Maar ik merkte dat het te zeer een stuk van mijn leven was geworden en toen Punch me vroeg te komen spelen, heb ik ja gezegd”.

Oranje in de jaren zestig met Frans de Haan derde van links op de eerste rij, als wij hem juist herkennen...

Oranje in de jaren zestig met Frans de Haan derde van links op de eerste rij, als wij hem juist herkennen…

Nederlands team

Het is onvermijdelijk niet te praten over de wedstrijden in het Nederlands team. Egon Steuer is in zijn ogen een bekwame coach, maar toch denkt hij ietwat wrang terug aan zijn slotperiode in het Nederlands team en de plotselinge afschrijving voor de nationale selectie na het Europees kampioenschap in Helsinki. Steuer wilde verjongen en de geroutineerde Jan Bruin en Frans de Haan kregen een, overigens keurig, briefje waarin zij bedankt werden voor hetgeen zij voor het basketball gedaan hadden. Maar de voorronden in Haarlem liepen niet zo voorspoedig voor Steuer en zijn pupillen. De Haan is van mening, dat het Nederlands team juist gebrek had aan routiniers. “Die verjonging is mijns inziens niet goed doorgevoerd. En de leeftijd, ik was toen 28, vond ik maar een matig excuus.”

Met een bolhoed en een paraplu

Met een bolhoed en een paraplu, zo trad Frans de Haan aan voor de sluitingsceremonie van het Europees kampioenschap te Helsinki in 1967. Hij haalde hiermee de voorpagina’s van alle Finse kranten.

Frans de Haan had steeds het voorgevoel dat dit EK (na Belgrado en Wroclaw) zijn laatste zou zijn. Hij wilde van die gelegenheid graag gebruik maken zijn ongenoegen te tonen van het zijns inziens ‘abnormale’, dat internationale evenementen plachten te omlijsten.

Oranje was als laatste geëindigd en marcheerde derhalve als eerste bij het officiële slot de hal binnen. Helemaal achteraan Frans de Haan (“Ik was met mijn 1.80 meter altijd de laatste”), getooid met een bolhoed en paraplu, die hij van een vriendelijke Finse official had gekregen. Een speelse noot, volgens Frans de Haan, en iedereen vond het schitterend. “De toenmalige voorzitter  van de NBB, Piet Storm, is ontzettend boos geworden. Maar hij is later bijgedraaid. Toen ik tijdens het gezamenlijke banket van alle kanten complimenten en klappen op mijn schouders kreeg, koos hij eieren voor zijn geld. Hij heeft daarom niets gezegd. Kennelijk zag hij in dat het geen kwaad kon, wat ik had gedaan. We moeten zo’n ceremonie relativeren, we weten dat er naast sport nog zo veel andere, belangrijkere dingen bestaan. Er worden waarden aan normen gekoppeld, die de sportman nooit bedoeld heeft. Ik heb die hele vertoning willen ont-mythologiseren, het willen terugbrengen tot het normale. Met die bolhoed en die paraplu heb ik er een humoristische tint aan gegeven.”

Frans de Haan deed graag dingen die afweken van wat men ‘de normale gang van zaken’ noemt. Hij hield wel van gekke dingen. Vooral bij basketball geldt, dat je direct contact met je publiek hebt. Dat publiek bespeel je min of meer. Als je van alles doet om niet op te vallen reageert niemand. Het publiek is in feite niet eerlijk. Het waardeert goede prestaties niet. “Ik hield ervan de mensen te beïnvloeden. Je kan dat op diverse manieren doen, bijvoorbeeld door te klappen bij een eigen strafworp, het maken van gebaren, het kijken in een bepaalde richting, je manier van lopen, het gooien van de bal met een bepaald effect, enzovoort. Er zijn ook honderd manieren om de tegenpartij en de scheidsrechter een bepaalde kant op te krijgen. Je moet altijd dingen doen, die indruk maken op de tegenpartij of die jezelf vertrouwen geven.

Frans de Haan (nummer 30) in actie tijdens een wedstrijd tussen Punch en Blue Stars.

Frans de Haan (nummer 30) in actie tijdens een wedstrijd tussen Punch en Blue Stars.

Anekdotes

“Tijdens het Europese kampioenschap in Polen speelden we om de laatste plaats tegen Turkije. Onze coach was Jan Janbroers en in zijn ogen hadden we ons de avond tevoren niet helemaal gedragen zoals het sportlieden betaamt. We waren doorgezakt, zogezegd. Ha, ha.”

“We waren verbannen naar een of ander obscuur gymnastiekzaaltje en die Turken speelden, alsof ze per punt betaald werden. Ze hadden gewoon bloeddoorlopen ogen. Dat hadden wij ook, maar dat had een andere oorzaak, hahaha. Op een gegeven moment dribbelde ik met de bal naar voren – zo goed als zo kwaad het ging – maar die bal ging vreemd genoeg steeds lager. Janbroers werd des duivels, toen ik naar hem riep dat die bal niet goed was. „Doorspelen, doorspelen” riep hij. Maar ik dribbelde maar terug – dat mocht toen nog – en toen bleek dat de bal zo lek was als een mandje. Dat had ik nog nooit meegemaakt.”

Het is Frans de Haan ook eens overkomen dat hij in de Amsterdamse Apollohal door de vloer zakte: “Een plank begaf het en daar ging ik.” En hij heeft het meegemaakt, dat in dezelfde hal een wedstrijd moest worden afgelast … omdat er ijs op de vloer lag. “Het dak lekte en het was zo koud, dat het water op de vloer bevroor. Ja, dat was wel een vreemde gewaarwording.”

De psychologische ‘oorlogsvoering’ was min of meer De Haans stokpaardje. “Bij Punch”, vertelt hij, “was het een cultus geworden om er zo slordig mogelijk uit te zien. We speelden een keer in Luxemburg  tegen de kampioen van België en toen zagen we er zo onmogelijk uit, dat het publiek begon te fluiten. Het dacht eerst dat de ballenjongens het veld opkwamen. Het was ook geen vertoning. De een had een shirtje aan, dat een half jaar niet gewassen was, de ander speelde met twee verschillend gekleurde sokken, enzovoort. Zo traden wij het liefst aan. Je strooide er je tegenstander zand mee in de ogen.”

Frans de Haan benadrukt dat hij nimmer heeft geprobeerd onsportief te zijn. “Het is altijd mijn bedoeling geweest spelers zodanig te beïnvloeden, dat ze alleen tijdens de wedstrijd zichzelf niet meer waren. Na afloop was voor mij alles voorbij. Praten deed ik ook veel,  ja. Maar nooit vloeken of opmerkingen, die iemand belachelijk maakten. Soms was één blik genoeg. De bedoeling was iemand iets mee te geven om over na te denken, dat hij met iets anders bezig was dan met de gedachte die bal erin te gooien.”

“Bij mij heeft altijd alles in dienst van het winnen gestaan. Ik wilde altijd nummer één worden. Als je dat niet hebt, kun je beter gaan trimmen of aan muziek gaan doen. Misschien is de indruk gewekt, dat ik tijdens wedstrijden meer met bijzaken bezig was dan met de hoofdzaak – de sport -, maar dat is toch niet zo. Ik was altijd voor 99 procent met mezelf bezig en voor één procent met anderen. En dat gebeurde zelfs lang niet altijd bewust.”

Volgens oud-teamgenoten was Frans een fanatiek baasje, die nooit iets half deed. Hij was een slechte verliezer, in de goede zin van het woord.

Frans de Haan was een playmaker en noemt zelf als zijn meest kenmerkende eigenschappen: “Ik was fanatiek, agressief, ik had de wil om te winnen en ik speelde in dienst van het team.” Hij was een lastige jongen voor een coach, omdat hij er een vreselijke hekel aan had als – in zijn ogen – het spelen van een systeem belangrijker werd dan het maken van punten. “Ik week graag van de regels af”, zegt Frans de Haan. “Ik was moeilijk te binden.”

Niet alledaags voor een basketballer in die jaren was het feit, dat Frans de Haan speelde met een tandenbeschermer. Dat kwam zo: “Mijn gezicht was op ideale hoogte voor de ellebogen van de tegenstanders. Onder de basket geldt: ‘Keep your elbows up’ en zo liep ik steeds tegen de ellebogen van die lange kerels op. Het heeft me heel wat hoge tandartsrekeningen opgeleverd. Oud teamgenoten en tegenstanders: “Met die mondbeschermer was in ieder geval het praten afgelopen. Hij moest dat ding eerst uitdoen voor hij iets kon zeggen.”

Golf

Golf noemt Frans de Haan net zo’n interessante, leuke, mooie, moeilijke en veeleisende sport als basketball. De Haan: “Golf is een volwaardige sport, waarin je wel degelijk je emoties kwijt kunt. Je bent van negen tot vijf praktisch constant in touw. Het vergt fysiek dan ook veel van je. Je hebt een ongelooflijke durf, groot zelfvertrouwen, concentratievermogen, timing en balgevoel nodig. Ja, het beïnvloeden van je tegenstander speelt ook bij golf enorm. Het gebeurt alleen subtieler. Ik zou zeggen dat het er bij golf wat gepolijster aan toegaat. Het eigenaardige is dat je je eigen scheidsrechter bent. Dat je de kleinste fout zelf recht moet zetten. Je kunt je nooit afreageren op je tegenstander.

Frans de Haan is een uitstekend golfer. Hij werd onder andere in 1972 en 1973 kampioen van Nederland. In 1981 was De Haan medeoprichter van Orange All Stars, een vereniging van golfspelende Nederlandse oud-internationals waarvan hij vanaf de oprichting tot 2008 voorzitter geweest is. Onder de leden zijn sporters uit bijna twintig takken van sport. Enkele keren per jaar treffen zij elkaar op een golfbaan of een cricketveld.

Terugblik

Als Frans de Haan namen zou moeten noemen van Nederlandse spelers die door hem het meest bewonderd werden, komt hij tot het volgende kwartet: Kees Smit (“Die had een geweldige wil om te winnen”), Ton Boot (“Dodelijk zeker van zichzelf”), Jan Bruin (“Iemand die het maximum wist te halen uit zijn capaciteiten”) en Frank Kales (“Mijn grootste tegenstander van Flamingo’s, voor wie ik veel respect heb”).

“Ik heb het lang aan de top uitgehouden. Dat komt omdat ik er altijd de betrekkelijkheid van heb ingezien. Je moet je voortdurend bezinnen op waar je mee bezig bent. De weg naar volwassenheid is voor een sportman moeilijker dan voor een niet-sportman, omdat je lange tijd in een bepaalde schijnwereld leeft en daar succes in hebt. Het is fout de oude tijd te idealiseren,  je moet je op andere gebieden richten. Voor mij waren dat mijn werk, mijn gezin en golf.

Vandaag de dag woont de 75-jarige Frans de Haan in een mooi ‘stulpje’ in Noordwijkerhout. Hij kijkt met intens plezier terug op zijn basketball-loopbaan.

Bronnen: Het Vrije Volk, De Waarheid en De Telegraaf

Foto’s: Archief Jacob Bergsma

 

Laat een reactie achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.