CP3 by Basketball Totaal

Column – Nee heb je, een coach kun je krijgen

cor-van-eschIk kon me geen betere mentor wensen destijds. In het kader van mijn studie aan het CIOS moest ik op zoek naar een stagebegeleider. Natuurlijk waren er vele coaches met een licentie die me begeleiden konden. Maar er waren er maar een paar die bekwaam waren te mentoren. Bovendien ben ik erg gevoelig voor autoriteit. Ik denk dat dit grotendeels van thuis uit verkregen wordt.

Mijn vader bracht me ooit naar de Maaspoort toen Nashua Lasers speelden. Ik had op de basisschool vrijkaartjes gekregen waardoor ik 10 wedstrijden kon bezoeken. Voor de hal stopte mijn vader de auto en zei:” geen onzin, hou je ogen open en leer van de wedstrijd.” Het volgende half uur verbaasde ik me over hoeveel zweet er over de spieren van Raymond Bottse druppelde. Dat was nog maar de warming up en ik vroeg me af of hij dan niet al moe was. Nashua speelde halverwege de eerste helft niet sterk. Ik geloof dat ze tegen Festo BVV speelden. Joris Soekarman viel me op bij de tegenstander. Ik zag dat coaches Charis Siderus en Roy Leysner zich rustiger opstelden dan coach Humprey van Haver, de Indo-coach van Voorburg. Maar ze hadden dan ook een topteam. Vanaf dat moment wist ik dat ik ooit coach wilde zijn van een topteam.

Het was in september 1995 en docent Adjan Heeren vroeg me wie mijn mentor zou zijn. Ik was niet erg pro-actief tijdens mijn studietijd. Kortgezegd: ik had het nog niet geregeld. En met mijn bossche bluf zei ik:”Cor van Esch wordt mijn mentor.” Ik kreeg het eerlijk gezegd best benauwd van deze uitspraak. Coach Van Esch was namelijk de coach die de voorgaande jaren aan het roer stond bij de bossche profs en was inmiddels een autoriteit voor mij, wat meer een resultaat was van de jarenlange ervaring met o.a. Dakplan Goba en natuurlijk ook als assistent van Roy Leysner bij Nashua, dan zijn autoritaire instructiewijze. In zijn tijd als hoofdcoach bij Canoe Jeans Den Bosch, werd ik getuige van zijn werkwijze. Waarom zou hij uitgerekend mij begeleiden?!

Tijdens mijn middelbare schooltijd was ik geen uitzonderlijk ijverige leerling. Ik deed wat ik moest doen en haalde mijn voldoendes om te kunnen slagen. Ik wist dat ik aan het CIOS wilde studeren. Sportleider zijn, dat was meer mijn ding dan E=MC2 te beheersen. Na schooltijd was mijn plan dan ook helder: ik maakte mijn huiswerk en liep daarna richting de Maaspoort. Daar aangekomen rook ik die kenmerkende geur. Dat gaf me altijd het gevoel dat ik bij ‘het basketball’ was. Al lopende door de gang hoorde ik de ballen stuiteren in de kleine zaal. Ik nam dan altijd de linker kleedkamer om doorheen te lopen, want dan kwam ik uit bij het materialenhok waar de bank stond waarop ik kon zitten. Ik wilde namelijk nooit de training verstoren door langs de zijlijn te lopen. Spelers zeiden altijd hallo, de Ami’s begonnen zoals gewoonlijk met ‘what’s up, how you’re doing?!’ Coach Van Esch zei nooit wat. Maar dat gaf niks. Want hij zou me met zijn training meer vertellen dan dat ik zou leren in de studie. En elke dag was ik daar, van half 5 tot half 7, om te luisteren naar wat hij de spelers vertelde. Ik zag hoe superdunker Mark Strickland zich in het zweet werkte. Ik maakte mee hoe Mike Vreeswijk de bal afnam van Toine van Stiphout bij een out of bounds. Hoewel Toine recht had op balbezit, nam Vreeswijk hem de bal af. Nog voordat Toine zijn reactie uitgesproken had, zei Vreeswijk:”don’t even try it!” De coach greep niet in en liet het doorgaan. Ik was in de wereld van topbasketball beland. De hiërarchie was helder.

Ik moest en zou de stagementor met de grootste naam hebben. Ik belde Cor van Esch op. Hij vond het prima. Twee dagen later stond hij in de zaal waar ik de Kadetten-4 trainde in Den Bosch. Het was mijn allereerste team ooit. Het was 1995 en ik was 17 jaar oud. Omdat een studiegenoot van mij nog geen mentor had, nodigde ik hem uit om bij mij mee te lopen. Cor was duidelijk: nee. De volgende dag kon ik in huize Van Esch op bezoek komen en gaf hij me de eerste les in training en coaching: periodisering en plannen. En op dat moment was ik in twee dagen een jaar gerijpt als coach. Ik kon simpelweg niet anders dan het vak leren. Bovendien zou het MIJN proces zijn. En omdat ik de jaren ervoor geen training had gemist van Canoe Jeans, kon ik elke anekdote van Coach Cor tot in het gevoel plaatsen.

Docent Adjan geloofde niks van mijn vooruitgang als coach. Ik was daar ook zeker geen instructie-ster. Op de cursus moesten we diverse onderwerpen behandelen, met de andere studenten als groep. Niks was in die tijd vervelender dan je eigen klas te onderwijzen. Terugkijkend op die tijd denk ik dat het een grote stap was uit de comfortzone. Want dat had Coach Van Esch voor mij gecreëerd: zijn werkwijze was helder, duidelijk en voorspelbaar. En het belangrijkst van alles was dat een autoriteit op basketballcoaching in Nederland het beste met mij voor had. Iets wat onder veel nederlandse coaches nog tekort schiet. Cor hakte mijn kop niet af toen Adjan Cor opbelde om hem te bevragen naar de – te positieve – beoordeling voor mij. Maar Cor is duidelijk naar iedereen. Geen subjectieve beoordeling, maar “hij doet wat hij moet doen.”

Ik heb me voorgenomen om als coach altijd beschikbaar te zijn voor anderen. Hoewel ik geenszins mijn positie kan vergelijken met de autoriteit die Coach Van Esch geniet. Maar als zelfs hij tegenwoordig de jongste jeugd coacht met zijn staat van dienst, wie ben ik dan om ooit nee te zeggen tegen de jeugd.

Faizal Pasaribu

Laat een reactie achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.