CP3 by Basketball Totaal

9 down, 6+5+? to go: tussenbalans Orange Lions

Orange-lions
Eerder speculeerden wij over de uiteindelijke selectie voor EuroBasket 2015.
Wat is er over gebleven van onze kristallen bol? Een handvol scherven, of een glimmend pronkstuk op de iBasketball schoorsteenmantel? Viel Koenis terecht af? En hoe zit het met alle stats?
Een maand of 3 geleden beweerden wij het volgende:

PG
Leon Wiliams
Charlon Kloof
Sean Cunningham (SG)

SG
Arvin Slagter
Worthy de Jong

SF
Kees Akerboom jr.
Stefan Wessels
Mohamed Kherrazi (PF)

PF
Roeland Schaftenaar
Robin Smeulders (C)

C
Henk Norel
Nicolas de Jong

De net-niet’ers dus:
Yannick Franke (komt het EK voor hem net iets te vroeg?)
Ralf de Pagter (buffelaar, hustle, maar wel binnen ‘s lands grenzen)
Thomas Koenis (wisselvallig)

[einde citaat]

Toen duidelijk werd, dat Stefan Wessels zijn privéleven voorrang gaf deze zomer, beweerden wij, begin juni: … “lijkt De Pagter de eerste kandidaat om de plek van Wessels in te nemen, of Van Helfteren en Jones moeten ‘groot gaan’ en Koenis kiezen. Meer body en lengte, maar (veel) minder range dan De Pagter. Beide brengen hustle en rebounding. Tevens is er een kansje, dat Franke alsnog Cunningham uit de selectie gaat houden, maar dat lijkt gezien de defensieve meerwaarde van laatstgenoemde niet heel waarschijnlijk.”

Uiteindelijk hebben wij ons dus vergist tussen Sean Cunningham & Yannick Franke. De eerstgenoemde viel af (nadat eerder al Dourisseau het team verliet, weliswaar wegens familieomstandigheden), terwijl Franke de schiftingen overleefde. Kijken we naar de stats van de eerste 9 (oefen)wedstrijden, dan schoot Franke 8-31 voor bijna 5 punten in (slechts) 9 minuten gemiddeld, en Cunningham 1-12 in eveneens 9 minuten. Sean deed het wel beter qua assists, steals, en (minder) turnovers, terwijl Franke sterker was in de rebound.

Koenis, van wie we in mei al vermoedden dat hij het EK net niet zou halen, speelde na Cunningham (35) de minste minuten in de voorbereidingsfase, namelijk 42. Weinig gelegenheid dus om echt iets te laten zien. Zijn (in onze ogen) directe concurrent om de laatste plek in het vliegtuig naar Zagreb, Ralf de Pagter, speelde bijna twee keer zoveel minuten, en schoot daarin 6-13, pakte gemiddeld maar liefst 4 rebounds in een kleine 14 minuten, waarmee hij de derde rebounder van de Lions is, na Norel (6.1) en Schaftenaar (5.8), en zelfs de 1-na-beste beste dief van aanvallende rebounds, met 1.5 en dat zoals gezegd dus in slechts een krappe 14 minuten (13.5). Schaftenaar pakte gemiddeld de meeste aanvalsrebounds: 1.8.
Al met al lijkt het zeer verdedigbaar, dat Van Helfteren en Jones De Pagter verkiezen boven Koenis.

Wat verder opvalt in de teamstats:
de speeltijd is behoorlijk verdeeld, niemand haalt meer dan 22.6 minuten. Slagter speelde het meest, gevolgd door Norel en Schaftenaar.
Kloof is nog zoekende naar zijn schot, hij miste 18 van zijn 19 driepunters.
Dourisseau haalde slechts 1-9 field goals, terwijl Robin Smeulders ‘ongemerkt’ ruim 63% schiet: 21-33, waarvan 4-5 driepunters. Ook Kherrazi, Schaftenaar, en Nico de Jong halen 50% of beter.
Het ‘probleem’ ligt bij de kleinere spelers. Akerboom laat een stijgende lijn zien (inmiddels 38% driepunters), terwijl Franke, Williams, De Jong, Kloof, en Slagter, dat zijn dus ALLE spelers voor de 1 en de 2 positie, 70-230 schieten, dat maakt 30.4% voor hun 2 en 3punters samen.

Zoals de mannen van Oranje in de recente interviews al aangaven: nu er ook aandacht komt voor de manier van aanvallen, begint iedereen betere ‘looks’ te krijgen. Er komt dus meer tijd en ruimte, en meer gelegenheid om vanaf gunstigere posities te schieten. Daarmee zal het percentage omhoog gaan, is de hoop en de verwachting. Bij de insidespelers was dat tegen Portugal al goed te merken, we zagen meerdere plays waarbij een ‘big’ vanaf de elleboog diagonaal insneed en mooi kon finishen. Dankzij de grotere efficiëntie en dus dreiging inside, kwam er ook bij de driepuntslijn meer ruimte, waarvan Akerboom, die in Leiden goed speelde, prima profiteerde.

Niettemin speelt Nederland met vuur, als het denkt dat het zowel aanvallend als verdedigend kan blijven leunen op de inside-mannen. In het moderne basketbal, zo verzekerde een kenner ons gisteren na afloop van de winst op de Portugezen, gaat het om het geven van ruimte & vertrouwen aan de spelers: zet de juiste mix binnen de lijnen, en laat de spelers creëren op basis van wat de defense geeft & wegneemt.

Blindstaren op afgesproken plays levert steeds minder op, nu de scouting door je tegenstander zo geavanceerd is. Andere ploegen analyseren zich, mede dankzij een uitgebreide staf met tegenwoordig zelfs wiskundigen & econometristen aan boord, helemaal suf op de beelden & statistieken, en dus ook op die van Nederland. In de nacht na afloop van een wedstrijd zijn de beelden al de wereld over, dus er zijn weinig geheimen. De verrassing mag en moet dus komen van spelers met mandaat en vertrouwen, die ‘on the fly’, uiteraard binnen bepaalde teamafspraken, handelen in de aanval.

Voor de defense ligt dat duidelijk anders. Hoewel ook daar voor Nederland een dubbele taak ligt: om de driepunters beter te bestrijden, zonder de bucket, die al behoorlijk goed dicht zit, prijs te geven. In de 9 games scoorde Nederland 41 bommen, en incasseerde het er 79. Dat is een saldo van bijna 13 punten per wedstrijd, dat je moet inhalen met minstens 7 extra! tweepunters (of 13 extra vrije worpen). Grappig genoeg, scoorde Nederland precies evenveel in de 9 potjes, als het moest toelaten: 565 punten.

De aanvalsrebound mag nog iets beter; overall reboundt Nederland beter dan de opponent, terwijl het juist aanvallend minder succesvol de terugkaatsers pakt. Verdienste van het gecontroleerde spel, zijn onder andere de balverliezen: 13 per wedstrijd is zeer acceptabel, helemaal als je er 14.6 forceert. Dankzij wat meer aanvallen te kunnen spelen dan je tegenstander (rebound- en turnover voordeel) compenseer je (soms deels) het feit dat je wat minder zuiver schiet.
Dat het aanvalsspel nog wat soepeler kan, blijkt uit de assists: slechts 117 van de 205 scores kwamen uit een assist, terwijl er bij de tegenstander meer assists (126) waren, op juist minder rake schoten (194). Al met al een ratio van 0.57 versus 0.65, een verschil van 13.8%. Oftewel: voor elke pakweg 7 scores dankzij een assist bij Nederland, presteert de tegenstander dat ongeveer 8 maal. Andersom gezegd: Nederland moet van elke 100 aanvallen gemiddeld 43 keer scorend afronden zonder directe hulp (assist) van een medespeler, terwijl de tegenstander dat maar 35 keer per elke 100 aanvallen hoeft te doen.

Qua vrije worpen een redelijk percentage, 69.1%, en bijna nog belangrijker, bijna 2 rake vrije worpen meer per wedstrijd dan de tegenstander. Dat levert de Oranjehemden toch maar mooi een positief saldo op van ruim 1.7 punt per wedstrijd.

Het worden en blijven zeeeeeer interessante weken, om dit Nederlands team te volgen. Hun ontwikkeling is ingezet, en het is buitengewoon boeiend om mee te leven met hun wedstrijden tegen de Europese toplanden. Claim the Lion!

een reactie

  1. Arie in 't Veld

    Gelukkig is basketballjournalist Leon Kersten het met ons eens: https://leonkersten.info/2015/08/17/ho-stop-even-op-de-handrem-oranjebasketbal-is-er-nog-niet/
    Ook Leon maakte een uitgebreide statistische analyse.

Laat een reactie achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.