CP3 by Basketball Totaal

Ὀλυμπία

Joris_Zandbergen_Column_iBB_Fast-Break

De Olympische Spelen of: Hoe Ik Mijn Twijfel Overwon En Drie Tegen Drie Basketbal Leerde Liefhebben.

Ja, dat is een verwijzing naar een van de meesterwerken van Stanley Kubrick, Dr. Strangelove or: How I Learned to Stop Worrying and Love the Bomb. Mocht u het zich afvragen. En: gaat dat zien.

Misschien is het wel wat sterk uitgedrukt. Liefhebben doe ik 3×3 niet, zal ik maar toegeven. Voor mij is het een vorm van basketbal die je doet als je op een pleintje te weinig mensen hebt voor een echt partijtje, of een trainingsvorm noodzakelijk geworden doordat de gemeente je geen zalen laat huren met genoeg baskets.

Met een gezonde dosis weerzin bekeek ik de laatste jaren de bijna-geilheid waarmee de bond inzette op deze variant, omdat we a) vroegtijdig begonnen en daarmee een voorsprong hadden op andere landen en 2: het op de olympische kalender terechtkwam. Het heeft iets te veel van skateboarden en crossfietsen (wanneer wordt frisbeeën olympisch, want dat is wel cool?), te erg Baron de Coubertin gaat Urban, al zijn er ook 125-jaar oude onderdelen die op niks slaan (ik noem een paard dat op muziek huppelt bijvoorbeeld).

Een van de dingen waar uw columnist moeite mee heeft, is dat basketbal juist zo leuk is als het over het hele veld wordt gespeeld. Die ‘flow’. Deze column heet niet voor niets Fast Break. Uit die transitie worden vaak mooie dingen geboren.

Maar toch. De Nederlandse mannen plaatsten zich wel mooi voor de Spelen (ik heb even de kracht niet om over het voortdurende debacle van het vrouwenbasketbal te praten) en hoe je er ook tegenaan kijkt, dat is gewoon knap. Bovendien is een ‘slap’ aftreksel van wat Dennis Hopper in Hoosiers ‘The greatest game ever invented’ noemde, nog altijd leuker dan de meeste varianten van andere sporten.

En niet alleen plaatsten Slagter, Voorn, Van der Horst, Bekkering (wtf was dat kapsel trouwens?) en Jaring (NL BB zou NL BB niet zijn als er helemaal geen stront aan de knikker was) zich knap, ze verweerden zich ook heel dapper op een moment dat de rest van Team NL volledig de weg kwijt was. Alsof het 1950 was wisten wielrenners niet wie er vooraan zat, verkenden mountainbikers het parcours niet en zakte de rest al door z’n hoeven bij het zien van de opponent.

Ik heb sowieso een zwakke plek voor sporters/teams die ergens goed in zijn waar de rest van de wereld ook goed in is. Natuurlijk zijn de roeiers en hockeyers supergoeie topsporters, maar olympisch goud halen in volleybal of atletiek vind ik toch net iets indrukwekkender.

In de eerste dagen van Tokio (waarom 2020 terwijl het duidelijk 2021 is?) waren de basketballers de trots van de natie. En terecht. Wat die gasten onder leiding van my man Brian Benjamin lieten zien, was ook gewoon goed. En laten we eerlijk wezen, of ieder geval ik. Een keer per vier jaar kijk ik naar handboogschieten en kan het mij schelen hoe het gaat; op de Spelen. Dus kan het mij zeker schelen hoe onze basketballers het doen, in welke vorm dan ook.

Ik zag bovendien een hard werkend team dat ook redelijk slim speelde, en dat op de juiste momenten doorkwam van afstand. De driepunter (tweepunter in 3×3) is al zo belachelijk belangrijk en in 3×3 zelfs twee keer zo veel waard als een lay-up. Dat begrijp ik niet. Een ‘pleintjessport’ zou moeten gaan over creativiteit. De mensen hingen vroeger niet van de balkons om Dr. J keurig op techniek van afstand te zien schieten in Rucker Park, maar om de dunks die hij losliet op de vermetelen die dat probeerden te voorkomen. We zijn nog slechts een paar jaar en een paar honderd trainingsuren verwijderd van een Korfbal League op een iets lagere korf met een bord erachter (dat niet meer wordt gebruikt want dat beheerst niemand meer).

Maar ik dwaal af. Felicitaties voor de vier (vijf) mannen en hun coaches, ze hebben zich laten zien in de eerste keer dat Nederland met een basketbal actief was op de Olympische Spelen. Ze hebben hun uitzending waargemaakt, iets dat zeker niet van elke oranje olympiër gezegd kan worden (en wanneer houdt het NOC eens op met het sturen van mensen die al bij voorbaat weten dat ze kansloos zijn? Of die het olympische vuur kwijt zijn? Kiki Bertens is een fantastische tennisster en topsporter geweest maar waarom zij in Tokio mocht rondlopen is mij een raadsel. Geen enkele motivatie meer).

Uiteindelijk moesten de Orange Lions (blijft een ruknaam) passen. Na luttele seconden in de beslissende duels zagen we het al. De benen deden het niet meer. Dit team was bepaald niet het eerste in onze basketbalgeschiedenis dat de bal niet meer lekker wegkreeg toen het MOEST.

Foeterend zat ik even voor de tv. Totdat een paar waarheden binnenkwamen. De eerste was dat deze mannen reclame hadden gemaakt voor basketbal in Nederland. En dat dat dit team zich op voet van gelijkheid had gemeten met de wereldtop. De wereldtop. Goud was misschien niet haalbaar, brons denk ik wel.

Wellicht ging de leeftijd van de heren toch parten spelen (gecombineerd met dat we niet goed zijn onder druk, nooit geweest). De vraag is of dat erg is. Hier stonden vier spelers met ervaring in finales, in Europa, in landenwedstrijden.

Het hele veld over rennen, dat is niet meer hun ding (met met name Voorn als uitzondering, lijkt me). Met beginnende twintigers waren we ieder geval niet zo ver gekomen. Misschien hebben ze, onwetend, wel een voorbeeld neergezet. Misschien kunnen spelers als Worthy de Jong, Thomas van der Mars en Shane Hammink hun al prachtige carrière voortzetten als 3×3-ers, zodra de zaal hen niet meer wil.

Neen, mijn sport is het niet. NOC-gelden gaan wat mij betreft naar het 5×5 (indien er gekozen wordt). En de regels mogen anders. Toch was ik wel plaatsvervangend trots op onze eerste olympiërs ooit. Helaas bleef een olympische prijs buiten bereik, maar wat mij betreft krijgen ze zeker een Hollands schouderklopje.