CP3 by Basketball Totaal

Zonder dolle

Joris_Zandbergen_Column_iBB_Fast-Break

Als gedachte-experiment doe ik met mijzelf wel eens het spelletje ‘Van welk basketbalteam zou ik fan zijn als de dingen anders waren gegaan dan ze zijn gegaan?’ In de loop der jaren zijn daar heel veel verschillende antwoorden op gekomen.

Ik kan het namelijk met mezelf al nergens eens over worden, maar goed. In de NBA heb ik een lijstje met teams die ik graag mag, om uiteenlopende redenen. De Sixers, Knicks, Nets en Pistons heb ik in de jaren ’80 aan de overkant van de plas live aan het werk gezien, maar zelfs dat maakt mij geen fan van de Nets.

Tempel
De Knicks zag ik in Madison Square Garden en dat is de mooiste basketbaltempel ter wereld, dus ze komen op het lijstje. Detroit had toen Isiah Thomas, de beste kleine guard ooit in mijn ogen. Philly, toen de tegenstander van New York, had mijn drie helden Doc, Moses en Sir Charles. Alle drie volkomen unieke spelers, het soort dat je helaas niet meer in de NBA ziet tegenwoordig. Door vooral Erving was ik al fan voordat ik ze zag spelen (en niet op een videoband die op Mars opgenomen leek), en voor de 76’ers zal ik altijd een zwak hebben.

Ice
Zo ook voor San Antonio, dat ooit naar Den Bosch kwam met Ice, die in de laatste seconden de Maaspoort verstomde met de winnende treffer. De Spurs vind ik vooral leuk omdat ze in het afgelopen anderhalve decennium onder leiding van Timmy en coach Pop het mooiste teambasketbal speelden. Da Bulls door het Jordan-tijdperk. En Phoenix, tot voor kort een garantie voor een attractieve, snelle spelstijl (Walter Davis, Kevin Johnson, weer Charles, Steve Nash), ook omdat ik ooit een maand op vakantie geweest ben in die contreien en het daar geweldig leuk is. Voor de Lakers (Kareem, Wilt, Magic, West, Kobe, Baylor, Worthy) en Celtics (Russell, Bird, McHale, Garnett, Pierce, Havlicek) heb ik diep respect.

Parker
In Nederland heb ik nooit zoveel opties gehad. Ik ben dan weliswaar geboren in Den Haag, maar opgegroeid in Leiderdorp en zo dicht bij Leiden had je tijdens het Parker-tijdperk natuurlijk niets te kiezen. Dat wilde ik ook helemaal niet, want aan Plaat, en Bruinsma, en Woudstra, en Parker senior, en Hagens, en Beck, en Kragtwijk, en Van Helfteren, en al die anderen had ik meer dan genoeg.

Objectief
Spoel door naar dertig jaar later en ik mag als verslaggever van het prachtige Leidsch Dagblad nog steeds naar Leiden kijken. Nog steeds hoop ik dat de Leidenaars winnen, al hoop ik eveneens dat ik objectief genoeg ben om het te melden indien de tegenstander het meer verdiende te winnen en/of om eventuele misstanden te signaleren.
Ik ben een fan, geen supporter. Zelfs als ik niet aan het werk was, zou u mij niet zien met sjaaltjes of vlaggen. Dat wil zeker niet zeggen dat ik het heb uitgevonden, want met alleen types als ik op de tribune zou het waarschijnlijk een dooie boel worden. Maar ik kan, net als een hoop andere liefhebbers met mij trouwens, ook veel waardering opbrengen voor de ‘concurrentie’.

Stel:
Vandaar ook die spelletjes. Stel: ik heb niks met Leiden. Ga ik dan voor Donar, met zijn indrukwekkende arena, zijn schitterende ploeg die het tot nog toe zo goed doet in de voorrondes van de Champions League, de grote titelkansen en de rijke historie?
Of kies ik Den Bosch? Een nog rijkere historie, ook een fantastische arena en weer een team dat kan concurreren om de hoofdprijzen (als die Marshall tenminste in de ogen van het UWV een aanwinst blijkt voor de DBL, wink wink).

Omgeving
Weet u, ik wijk van de gebaande paden af en ga voor Zwolle, zonder dolle, met dank aan Van Kooten en De Bie en onze koning. Laatst was ik te gast in het Landstede Sportcentrum, voor een interview met iemand uit de Zwolse staf voor een ander medium. Wat een fijne omgeving. Een jeugdopleiding die daadwerkelijk spelers aflevert voor het eerste. Een staf die alles strak regelt. Een complex waar alle vormen van trainingen en wedstrijden op dezelfde locatie plaatsvinden.

Vakmanschap
Een coach ook die ik zeer waardeer, zo niet bewonder. Herman van den Belt nam de tijd om een van zijn collega’s uitgebreid in het zonnetje te zetten, en gaf mij daarna inzicht in de werkwijze en filosofie van Zwolle. ‘Vakmanschap’ is een van de thema’s van Landstede dit seizoen. Van den Belt is zelf ook een vakman, en hoe.
Hij vertelde hoe prettig het is om bij de onderwijsinstelling Landstede in dienst te zijn. Hoe hij ook kan sparren met coaches uit andere sporten. ‘Een dynamische omgeving’, noemde hij het.

Structuur
Landstede is misschien dan niet de grootste sponsor in de DBL, door de infrastructuur in Zwolle staat er wat. ‘Deze structuur is onbetaalbaar. Geen grote [tijdelijke] sponsor kan dit vervangen.’
Zo kan het dus gebeuren dat Zwolle, met een lager ‘budget’, meer te bieden heeft. Dat, en het netwerk van de coach in Amerika, zorgt ervoor dat Zwolle al twee jaar de ‘best of the rest’ is. Geen geringe prestatie. Van den Belt en zijn staf zijn de cultuurdragers, het team is elke keer een project van een jaar. Goed bezig Herman, praat ik de reclame na. Zwolle is zonder dolle een team waar ik fan van zou kunnen zijn.

Stoelen
Dan zou ik op een van die heerlijke stoelen plaatsnemen, want nergens in Nederland kijk je zo gerieflijk naar een basketbalwedstrijd. Er is nog plek zat, want een ding steekt me wel: beste Zwollenaren, kom eens vaker met wat meer kijken.

Dus als ik moe ben van het dollen
In die leipe boordevolle van de scholle koppe bolle
Haagse binnenstad
Dan ken ik met de trein
In twee uur tijd in Zwolle zijn

Zien wij u binnenkort ook eens in Zwolle?
Zwolle, het De Haag van Overijssel

Laat een reactie achter