CP3 by Basketball Totaal

Lang geleden in een melkweg hier ver vandaan

Joris_Zandbergen_Column_iBB_Fast-Break

Hoofdschuddend stapte hij de arena uit. Wie gaat er nou ook op nieuwjaarsdag spelen? Dan krijg je dit soort wedstrijden, maar zo was het altijd al geweest; ook tijdens zijn eigen carrière.

Op dagen als deze was hij blij dat hij tegenwoordig vanaf de zijkant kon toekijken. Af en toe kriebelde het nog wel, logisch als je kunt terugkijken op een lange en succesvolle loopbaan. Hoe goed je ook bent, elke speler moet een keer stoppen. Weinigen is het gegeven om op hun hoogtepunt te stoppen. Ja, de beste ooit deed dat eens, maar hij kwam nog twee keer terug. Die tweede keer zou iedere liefhebber dienen te vergeten, het bederft de herinnering. Verder stopt niemand op zijn hoogtepunt, want dan is het nog veel te leuk.

Zelf stopte hij een keer, na zestien seizoenen op het hoogste niveau in zijn land. Misschien had er nog een seizoentje ingezeten, het lijf deed het nog aardig, maar als stoppen op het hoogtepunt er niet in zat, dan tenminste stoppen als je nog goed bent. Meer dan anderhalf decennium was basketbal zijn beroep geweest. Er was zelfs ooit belangstelling vanuit ’s werelds beste league, maar die interesse had hij naast zich neergelegd. Niet dat hij had getwijfeld of hij het niveau aankon. Hij verkoos echter geen role player te zijn, en zag meer in een belangrijkere rol in eigen land.

Eigenlijk, dacht hij wel eens, is het bizar dat er nog afgunst en naijver is in een sport die iedereen verbindt.

Dat had hem geen windereien gelegd. Hij had een mooi huis kunnen kopen, aan de zee. Het land was mooi, het klimaat aangenaam en zijn sport nam een voorname plaats in de samenleving van zijn land in. Geld had hij genoeg verdiend, zelfs als er geen carrière na de carrière weggelegd zou zijn geweest. Zijn zaakwaarnemer, die hem zijn hele loopbaan al bijstond, had altijd gekeken naar wat de beste situatie was voor hem, en niet uit welke deal de agent het meeste overhield. Ze hadden zo samen de juiste stappen genomen en daarom was zijn zaakwaarnemer nog altijd zijn zaakwaarnemer. Hij geloofde in loyaliteit.

Hij was blij dat hij een studie had afgemaakt. Sommige van zijn vroegere teamgenoten hadden niet zo veel geluk gehad. Ze werden prof op hun achttiende, leefden goed van hun salaris en als de benen niet meer wilden, waren de centen meestal al weer op. Gelukkig waren er ook genoeg die het wel hadden begrepen; ze speelden een leuke duit voor later bij elkaar en gingen in de ‘normale’ wereld aan de slag.

Hij had ze zien komen, de jongens van de nieuwe generatie, zoals ook ooit hij deel uitmaakte van een nieuwe lichting. Wat hem onmiddellijk was opgevallen, was het enorme atletisch vermogen. Hij kon zelf ook aardig springen, maar dit was van een andere categorie. Maar, zo leek hem, dat was ten koste gegaan van andere essentiële vaardigheden. Dus had hij zich nog prima staande kunnen houden. Zijn jumpshot was goed, altijd al geweest, hij had een snelle eerste stap, zag wanneer en waar er mensen vrij stonden en was mentaal sterk genoeg om goed te kunnen verdedigen.

Voor drie clubs in zijn land had hij gespeeld. Altijd meegedaan om de prijzen, en die soms ook gewonnen. Zijn werkkamer stond vol met aandenkens aan team- en individuele successen. Bij zijn laatste club speelde hij twee keer. De eerste maal was hij na een seizoen vertrokken. De coach die hij dat seizoen had, was misschien wel de succesvolste van het land, maar werkte nog volgens het conflictmodel. Dat was hij na een jaar beu. Het leek ook wel of de coach elke misstap bezag als een daad tegen hemzelf, in plaats van tegen het teambelang.

Met een schuin oog had hij gekeken naar de dames die in vol ornaat op de tribune zaten, hopend dat zij de blik van een speler zouden trekken.

Diens opvolger was zijn laatste coach geweest, en hoewel ook die ‘hard’ kon zijn, was het veel meer een players’ coach. Een met een duidelijke visie maar ook een die zijn spelers evenveel vrijheid als verantwoordelijkheid gaf. Het waren zo een paar prachtige en succesvolle seizoenen geworden, tegen het einde van zijn loopbaan. Dat daarna nieuwe aanbiedingen zouden komen, lag in de lijn der verwachtingen.

Bij verschillende clubs kon hij zo aan de slag als coach, zo hadden ze laten weten. In sommige landen, had hij meegekregen, moest je zelfs jaren in de schoolbanken voor je een licentie had. Gelukkig was dat hier niet zo. Toch was hij op een ander soort aanbieding ingegaan; ook de media hadden interesse in hem, en nu mocht hij het circus meemaken als lid van het persgilde. Hij schreef voor een krant, die tegenwoordig een beduidend andere functie had dan in zijn begindagen, en deed wat tv-werk. Zo bleef hij, zonder meteen door te gaan in de hectiek van een strak training- en speelschema, toch betrokken bij de wereld die hij al zo lang kende.

Basketbal was immers een groot onderdeel van zijn bestaan. Veel van zijn oudste vrienden kende hij via de sport. Hij had zelfs zijn vrouw leren kennen door het spelletje. Eigenlijk, dacht hij wel eens, is het bizar dat er nog afgunst en naijver is in een sport die iedereen verbindt. Maar goed, het was leuk zijn oude teamgenoten en coaches bezig te zien, hen te kunnen volgen en zijn kijk op het spelletje te mogen verwoorden. Wellicht dat hij over een paar jaar, als het goed voelde, zich alsnog in een pak zou hijsen en coach zou worden in de league waar hij zo lang had gespeeld.

Vanavond was het niet best geweest wat hij had gezien. De oudejaarsnacht zat duidelijk nog in de benen van de mannen. Toch voelde het prettig om weer in de zaal te zijn. Met een schuin oog had hij gekeken naar de dames die in vol ornaat op de tribune zaten, hopend dat zij de blik van een speler zouden trekken. Dat was in zijn tijd niet anders geweest. Hij had zich er altijd over verbaasd. Ook had hij gezien hoe sommige van zijn ploeggenoten gretig gebruik hadden gemaakt van het, laten we zeggen, aanbod. Natuurlijk was hij zelf ook wel eens in de verleiding gekomen. Of hij ooit toegegeven had, dat hield hij voor zichzelf.

Hij had net iets te veel, buitengewoon getalenteerde, mannen aan andere troep ten onder zien gaan.

Op zich had hij wel goed voor zichzelf gezorgd, anders had hij het niet zo lang volgehouden. Wel eens stappen met zijn teammaats, wel wat drankjes, maar dan de volgende dag het er weer uit lopen. En nooit iets sterkers dan drank. Hij had net iets te veel, buitengewoon getalenteerde, mannen aan andere troep ten onder zien gaan. Ooit had hij een ploeggenoot meegemaakt die nog laveloos op het veld stond. Die speelde de wedstrijd van zijn leven, gooide er meer dan 40 in, maar dat was wel een uitzondering.

Aan de muziek die er in de arena werd gespeeld, kon hij moeilijk wennen. Niet omdat hij een hekel had aan dat soort muziek, hoewel het de zijne niet was. Hij liep harder op rock of desnoods country rock, de muziek die je in een auto draait en die je dan harder doet willen rijden. Sommige urban muziek, die veel van zijn ploegmaats te pas en te onpas lieten horen, kon hij zelfs wel waarderen. Het was meer dat ze in dit land blijkbaar niet helemaal door hadden dat de ‘N-bombs’ en de ‘F-bombs’ niet heel geschikt zijn voor bijvoorbeeld de jongere toeschouwertjes. Soms konden ze qua zaalsfeer nog wel een voorbeeld nemen aan de grotere league.

En toch. Er kwam weer een getalenteerde lichting aan. Het nationale team deed van zich spreken. De pers had veel aandacht voor de sport, er kwamen sponsors bij in de league, en op steeds meer plekken kwamen moderne basketbalarena’s. De sport was goed te zien op tv, wat maakte dat kinderen wilden gaan basketballen. Bij steeds meer clubs zaten bestuurders die wisten wat ze deden, en bij de nationale bond zaten vakmensen die wisten hoe het moest.

Misschien was het de tijd van het jaar, maar hij voelde zich goed in deze basketbalwereld. Die wereld waar hij al zo lang deel van uitmaakte en ook zo lang nog deel van zou blijven uitmaken. Die wereld waar mensen elkaar wat gunnen. Hij stapte de winternacht in, snoof de zoete lucht op, en liep naar zijn auto.

Laat een reactie achter