CP3 by Basketball Totaal

Driepunter laat ZZ Leiden in de steek, Donar domineert

Donar heerste na rust en versloeg Zorg en Zekerheid Leiden met 75-68 (36-34) in een kolkend Martiniplaza.

Opnieuw een intense en meeslepende wedstrijd, die op enkele mooie runs van de Groningers na, van een matig niveau was. Wat dat betreft vergelijkbaar met Game 1 van zaterdag in Leiden. Toen trok ZZ aan het langste eind, mede doordat de driepunter op het laatst bij Donar niet wilde vallen. Datzelfde afstandswapen liet het dit maal aan Leidse kant afweten.

Op vrijwel alle punten was ZZ gelijk aan, of net iets beter dan Donar: even veel rake tweepunters (19, tegen een beter percentage), meer rake vrije worpen (15 tegen 13), meer rebounds (+5 overall, geheel te danken aan de +5 in de aanval), minder balverlies (18 om 20).
Enkel die driepunter, juist een wapen dat Leiden veelvuldig en nadrukkelijk inzet, daarin was Donar beter: 8-20 voor een acceptabele 40%, tot stand gebracht door maar liefst 6 spelers die een bom raakten: Sullivan, Dourisseau, Bekkering en Fieler elk met 1, en Cunningham en Bubnic (!) elk met 2.

Bij Leiden waren alleen Jansen (een prima 3-6) en De Jong (een schamele 2-8) doeltreffend van ver. De Jong ging op een gegeven moment zelfs 1-op-2 door zijn eigen terugkaatsende gemiste driepunter direct weer te nemen, en dat keer wel raak. Dat moet je durven!
De verzakers van ver waren Wright (0-6) en Van der List (0-4), waardoor Leiden als team uitkwam op de helft van het 3p-percentage van Donar, 5-24 voor 20,8%.

Leiden speelde opnieuw met een rotatie van 7 man. MVP De Jong rustte slechts 3 minuten. Bekkering en Jeter speelden beiden meer dan 33 minuten bij Donar, dat 8 man gebruikte. De ervaren De Paula draaide 12 minuten mee. De andere 5 spelers zaten alle tussen de 20 en 26 minuten. Aangezien er minder dan 48 uur rust is, voordat wedstrijd 3, donderdag in Leiden, begint, kunnen dit soort ‘beetjes’ helpen.
Bij Leiden is Versteeg geblesseerd (dubbele breuk in de duim). Echter ook Averink en Driessen, die in het reguliere seizoen redelijk vaste waardes waren, komen niet in het veld. Hetzelfde geldt overigens voor Hope aan Donarzijde.

Het goede derde kwart van Donar, waarin het eerst een kloofje van 49-40 en toen van 61-48 sloeg, werd al voor rust aangekondigd door voormalig DBL-MVP Jason Dourisseau. Na een rebound zwiepte hij de bal vrijwel het volledige veld over, voor een swish in de Leidse basket. In plaats van 1 achter, stond Donar daardoor 2 voor bij de rust, 36-34. Op de beelden is het niet goed te zien, maar de 3 refs waren na kort overleg gedecideerd: de zoemer ging af toen de bal al door de lucht zweefde, dus de score was geldig. Niettegenstaande de protesten van Rogier Jansen, die overigens nuttig speelde en met 15 punten, 3 rebs, 3 assists, 2 steals en slechts 1 balverlies de mannen uit 071 de weg wees.

Echte steun ontving Jansen (ex-Donar) echter niet. Geen van zijn teamgenoten kwam boven de 11 punten uit. MVP De Jong dreef zijn vele fans tot wanhoop met 7 balverliezen, die helaas zijn knappe 7 intercepties geheel uitvlakten. Met 4-12 schot, 10 punten, en maar liefst 7 aanvalsrebounds liet De Jong zoals altijd zowel strijdlust en gevaar, als wisselvalligheid en onrust zien.

Captain Kherrazi kwam in foutenlast, dat is 1 van zijn weinige zwakke punten. In zijn 23 speelminuten incasseerde het team een scoresaldo van -18, hetgeen je niet direct verwacht als de Defensive Player of the Year de defensie verankert.
Point guard Wright kon opnieuw geen dominante rol spelen, zijn schot was dit maal in de Sleutelstad achtergebleven, getuige zijn 2-10. Een enkele assist tegenover 2 turnovers in 32 Wrighter minuten geeft aan, dat de bal bij Leiden niet soepel rond ging. De mannen van Casteels en Den Os halen hun punten (17) uit turnovers van Donar en uit de fastbreak (16), twee statistieken die elkaar grotendeels zullen overlappen. In de set-offense hebben de Leidenaars het moeilijker, getuige de vele driepunters (24 pogingen) en de slechts 11 assists. Donar deelde elkaar 19 maal een cadeautje uit.

Naast Jansen was Koenis de enige bij Leiden die een voldoende haalde. 5-7 schot voor 11 punten, met 11 rebounds (5 offensief) zijn nette cijfers, waarbij de 1-4 vrije worpen (0-2 in Q4) en de maar liefst 6 balverliezen het rapportcijfer van Koenis in deze Game Twee aantasten.

Net als Leiden had ook Groningen 4 man met 10 punten of meer. Cunningham, Dourisseau, Bekkering en Bubnic deden het scorebord gloeien, zodat Lance Jeter zich dit keer met 8 punten (plus 6 rebs, 6 ass, 2 steals) op andere taken kon concentreren voor de ploeg van Erik Braal.
[Wij hebben onze cijfers gebaseerd op deze scouting; elders staat Jeter met maar liefst 11 assists …]

Een van de weinige minpunten bij Donar, is het balverlies. Net als zaterdag in Leiden werd het leder niet gekoesterd: 20 maal ging de bal als presentje terug naar Leiden, met als gulste gevers (4 elk) de heren Jeter, Bekkering, en Fieler.
Man of the match bij Donar was ‘Buba’ Bubnic, die in slechts 26 minuutjes zorgde voor 17p en 4 rebounds, met 7-13 schot.

Al met al een dik verdiende zege voor de Donarianen, die weliswaar in de eerste helft niet overtuigden (Leiden had toen nog een streepje voor), maar die in de tweede helft duidelijk lieten zien, wie vanavond de baas was. De ploeg stond in de tweede helft vrijwel continu voor, en bouwde een maximale voorsprong op van 13 punten. Dissonant bij Donar zijn de balverliezen (20), die vanavond ook aan Leidse kant veelvuldig (18) waren. Dat maakte deze wedstrijd niet tot een enorm kijkgenot. De rivaliteit, de sfeer in de Plaza, en de play-off-spanning vergoeden veel, misschien wel alles. Helaas was de livestream in de tweede helft bijzonder blokkerig, wellicht gevolg van een satelliet-storing.

Tussenbalans na 2 wedstrijden en de 1-1:
oppassen geblazen voor Leiden als er maar 48 uur is tot een wedstrijd in de Vijf Meihal. De Leidenaars hebben aan 4 maal thuiswinst genoeg. Vorig jaar ging het (ook?) mis in game 3.

De smallere rotatie en de afhankelijkheid van individuele hoogstandjes & het afstandsschot kunnen ZZ Leiden danig gaan opbreken. Als dat 3x on the road gebeurt, hoeft dat geen ramp te betekenen; zolang je thuis maar 4x op je top speelt en wint. In game 1 bleek al hoe dicht een matig Donar bij de winst was. Na de opsteker van deze game 2 zal Groningen donderdag in Leiden ongetwijfeld beter spelen en zuiniger op de bal zijn. Leiden heeft dan alle 3 de guards (De Jong, én Wright, én Jansen) op hun best nodig. De big men lijken elkaar in deze serie vooralsnog ongeveer op te heffen, hetgeen knap is van Leiden.

De Leidse aanvalskracht zit toch voornamelijk in de kleinere spelers. Dus hoe solide Koenis (en Kherrazi, en Van der List) ook is: small ball zal Leiden in de race moeten houden. En dat is een fikse uitdaging, als het schot wellicht even niet valt en het tempo, vanwege de play-off-mentaliteit en de vermoeidheid, daalt. Zolang er bij Leiden nauwelijks spelers zijn, die aanvallend de Groningse verdediging naar binnen lokken (Van der List en Simmons spelen van buiten; Kherrazi is geen typische scorer; Koenis is effectiever met zijn jumpers dan met zijn hookjes), zal het druk blijven op de perimeter.
In dat opzicht is het spijtig dat we De Jong meer en meer achter de driepuntslijn zien, en minder en minder als een ‘mamba’ dwars door de bucket en langs grijpgrage verdedigers zien kronkelen. Worthy schoot vanavond slechts 4 tweetjes en maar liefst 8 drietjes (waarvan 6 mis).

X-factors voor game 3:
Donar: Cunningham en Bubnic
Leiden: Wright en De Jong

Laat een reactie achter