CP3 by Basketball Totaal

Assist

Joris_Zandbergen_Column_iBB_Fast-Break

Lonzo Ball, de veelbesproken rookie van de Los Angeles Lakers, gaf laatst 13 assists in een wedstrijd. Op een sociaal medium plaatste iemand beelden van al die ‘passes die direct leiden tot een score’, en dat zette die prestatie in een heel ander licht.

Vroeger
Wat je namelijk duidelijk kon zien, was dat wel in vijf gevallen de ontvanger van de pass een paar dribbels met richtingverandering maakte, een verdediger uitspeelde en dan pas raak schoot. Is dat tegenwoordig een assist?
Vroeger (wees eerlijk: die zag u aankomen) moest je wel erg veel moeite doen om de statistici te overtuigen een assist-turfje achter je naam te zetten, zeker in ons land. Ik durf te beweren dat een pass op iemand die een driepunter raak schoot, dertig jaar geleden hier nog niet als assist werd aangemerkt.

Succesvol
Gelukkig en terecht krijg je nu voor een succesvolle kick-out wel een assist. En we zijn in de loop der jaren er ook van doordrongen geraakt dat het niet erg is wanneer de ontvanger een paar dribbels maakt voor hij scoort, zolang het maar in een soort van rechte lijn is.
Een paar van die ‘assists’ van Ball echter verdienen die titel niet. Nog even en een guard krijgt een assist achter zijn naam als hij de entry pass van de aanval weet te voltooien. Ball staat op het moment van schrijven zesde op de lijst van assist leaders van de NBA met 8,7 per wedstrijd, en ik vraag me dus ernstig af hoeveel van die bijna 9 er ‘echte’ assists zijn geweest. Russell Westbrook, vorig jaar Mister Triple Double, voert die ranglijst aan. Dat is niet verwonderlijk met Paul George en Carmelo Anthony, die zelf, ehm, niet zo scheutig is met passes, op de vleugels bij Oklahoma.

Statistisch
Het basketbal verandert net zo snel als alle andere dingen tegenwoordig, dus wordt het steeds moeilijker om mensen en gebeurtenissen met elkaar te vergelijken. Maar statistisch gezien is het gek genoeg niet per se een pre om de man met de meeste assists in het team te hebben. Althans, als je naar de ranglijst aller tijden in de NBA kijkt. Want wat hebben John Stockton (1), Jason Kidd (2), Steve Nash (3) en Mark Jackson (4) met elkaar gemeen? Ze werden geen kampioen, met de uitzondering van Kidd dus, die op 38-jarige leeftijd de titel pakte met Dallas.

Fenomenaal
Het zijn wel allemaal fenomenale spelverdelers, die hun teams duidelijk beter maakten met hun passing. Pas vanaf nummer vijf komen de grote kanonnen als het gaat om ‘ringen’, met Magic, Isiah et al. De enige ooit die de NBA leidde in punten (34) en assists (11,4), was Nate ‘Tiny’ Archibald, en zijn team haalde in dat jaar de play-offs niet, voor de volledigheid.

Ruwweg
In Nederland stellen we ruwweg dezelfde eisen aan een guard. Hij moet de anderen gelukkig houden middels zijn passing en ook zelf de bal in de basket kunnen gooien indien nodig. De ‘Tiny’ van de polder is op dit moment Carrington Love (helaas heb ik nog geen column gedaan over namen, maar hij zou er zeker in voorkomen) van Leiden, die voorlopig de DBL leidt in punten en assists. Mr. Love, zoals mijn collega hem na zijn triple double tegen Donar noemde, is een speler die je moet zien, of je nu fan bent van ZZ of een van de andere acht teams in de DBL.
Er zijn meer spelers in de vaderlandse eredivisie naar wie ik graag kijk, maar als Love aan de bal is, ga ik er even voor zitten. Ten eerste is hij bijzonder snel. Mét de bal sneller dan 80 procent van zijn opponenten zónder het speeltuig. Hij heeft een prachtige ik-ga-die-kant-op-o-nee-stiekem-toch-de-andere-kant-move, waar men maar blijft intrappen. En vooral heeft hij dat gen voor de beslissende pass.

Nigel
Niet ver na hem komt wat mij betreft Nigel van Oostrum van Zwolle, die, excuseer, ook geilt op de assist en die ik daar afgelopen zondag ook een paar prachtige exemplaren van zag geven. Heerlijke speler met die linkerhand, een beetje in de categorie Dragic en Manu, maar dan (nog?) niet zo dominant. Mag Nigel eigenlijk nog voor Oranje uitkomen, of heeft zijn optreden voor Jong Engeland dat verpest?

Witte merel
Statistisch gezien zijn in de NBA alle remmen eraf, het lijkt wel of we weer in de jaren ’70 zijn. Het is nog vroeg, maar kijk eens bij de statistical leaders. De eerste dertig topscorers komen tot minstens 20 punten gemiddeld. De toprebounder heeft er meer dan 18. Ik geef de driepunter (die zo langzamerhand echt te makkelijk wordt) de schuld. Minder echte centers, meer rebounds, want meer pogingen.
En tot nog toe niet schrikbarend veel assists, terwijl je ze toch blijkbaar al krijgt als je je veters strikt. Komt dat omdat de echte playmaker is uitgestorven? Nu moeten we wel de blessure van Teodosic meenemen in dit verhaal, want die is een witte merel wat dit betreft. Maar verder? Terwijl Love zich de kleinzoon van Emill Hagens toont, krijg je in de NBA tegenwoordig een assist wanneer iemand een tegen een gaat. Oké, ook de pass van Magic op Kareem waarmee de center topscorer aller tijden werd (random quizvraag: waar was dat?), middels een skyhook uiteraard, was op het randje. Voor echte assists: kijk meer DBL.

Laat een reactie achter